
Boe!
Het tureluurglas begint zachtjes te zoemen. Brom zit ingespannen te luisteren, maar behalve wat geruis blijft het stil.
"Ik hoor nog niets," zegt hij teleurgesteld.
"Ssst...," roept iedereen in koor en professor Tierelier draait gewichtig aan de knoppen van zijn uitvinding. Plotseling verschijnt Obi, de kat van Euthanasia, op het glas. Hij zit voor de deur van de familie Bosmuis te wachten totdat er iemand naar buiten komt.
"Kunnen ze mij daar nu ook horen?" fluistert Brom.
De professor knikt. Brom haalt diep adem en roept dan ineens heel hard: "Boe!"
Obi, die zich Broms stem nog heel goed kan herinneren, maar niemand ziet, schrikt zich een hoedje en rent met zijn staart omhoog weg.
Iedereen moet ontzettend lachen.

Hallo, hallo
Sliertjes hier, sliertjes daar,
sliertjes aan de pan.
Zo, die vinding is weer klaar,
die prof, die kan er wel wat van.
Hallo, hallo, hoort u mij,
kunt u mij verstaan?
Hallo, hallo, ik ben zo vrij
om in gesprek te gaan.

Allemaal sliertjes
Gespannen zit Brom te wachten op de dingen die komen gaan.
"Die praatpan zit wel strak," zegt hij.
"Dat geeft niet, hoor," zegt professor Tierelier, "het is de grootste soeppan die ik kon vinden. Maar ik heb hem wel eerst goed afgewassen."
"Hm," zegt Kierewiet, "ik vond dat ding er al zo bekend uitzien."
"Volgens mij zit er nog soep in," giechelt Lodewieke,"er komen allemaal sliertjes uit."
Brom kijkt hem boos aan, maar professor Tierelier gaat onverstoorbaar verder en mompelt in zichzelf: "Toch een fantastische uitvinding, al zeg ik het zelf."

De praatpan
"Vannacht heb ik zitten bedenken hoe ik het tureluurglas aan het praten kan krijgen. Ik ben er direct aan begonnen," en de professor wijst naar een warrige hoop draden en lampjes in de hoek van de kamer.
"Een zeer vernuftige uitvinding, al zeg ik het zelf."
Hij loopt naar de hoek en zegt tegen Brom: " Kijk, dit moet je op je hoofd zetten."
Hij wijst naar een soort helm, die wel een beetje op een soeppan lijkt. Er zit een antenne op en aan de zijkanten komen allemaal draden te voorschijn.
"Wacht ik help je wel even met opzetten," en hij duwt Brom vlug op een stoel voor het tureluurglas en trekt hem de praatpan over zijn oren.
"Oh, wat spannend," roept Lodewieke en ze komen allemaal wat dichterbij staan.

En wat nu?
Brom en Kierewiet logeren in de grote logeerkamer van professor Kierewiet. Brom slaap in het grote bed en Kierewiet maakt het zich gemakkelijk op de vensterbank.
"Ik laat het raam open, hoor," zegt Kierewiet.
Na al die avonturen is hij voorzichtig geworden, je weet maar nooit. Maar er gebeurt helemaal niets die nacht en de volgende ochtend worden de reizigers weer helemaal uitgerust en fris wakker. Professor Tierelier zit al te wachten met het ontbijt. Brom doet zich te goed aan al het lekkers dat op tafel staat. En na zijn vierde grote glas melk en zijn twaalfde boterham met hagelslag ( die door de professor zelf is gemaakt met zijn hagelslagmachine), kijkt Brom de kring rond en vraagt: "En wat nu?"
in het nieuws te vinden:
Elfenverhaaltjes
Jip en Janneke
Apenverhalen
Berenverhalen
Kabouterverhalen
Konijnenverhalen
Paardenverhalen
Poezenverhalen
Spookverhalen
Sprookjes
Trollenverhalen
Verhalen over Tobias
Bedtijdrijmpjes
en vele korte verhaaltjes
Deze week jarig
Geen jarigen deze week.
Welkom bij Clubs!
Kijk gerust verder op deze club en doe mee.
Inloggen met Hyves
Inloggen met Facebook
Inloggen met Google
Inloggen met Windows Live
Inloggen met Twitter Wat is dit?Je kan je ook aanmelden via een van bovenstaande partner websites. Klik op het icoontje en je bent direct ingelogd op Clubs.nl
Of maak zelf een Clubs account aan:
Statistieken
Kom mee naar elfenland
Waar witte bloesems bloeien
en de sleutelbloemen groeien,
daar komen onverwacht
met vlindervleugels, zijdezacht,
de elfen en de lentefee
en brengen duizend bloemen mee.

Bij sterrenlicht en avondwind
zoekt elfenkind haar uilenvrind.
Uil staart stil voor zich uit,
maar hoort wel elk geluid.
"Oehoe", zegt hij zacht, "zullen we gaan,
voor een vlucht in het licht van de maan?"
En daar vliegen ze samen, o zo zacht,
op uilenwielen door de donkere nacht.

Moeder vos houdt bij haar hol de wacht
en waakt over haar jongen, dag en nacht.
Zij snuift met haar neus in de lucht
en spitst haar oren bij elk gerucht.
De vosjes stoeien en springen in het rond,
en kruipen en sluipen over de grond.
Maar als iets beweegt en de rust verstoort,
heeft moeder vos dat direct gehoord.
Ze verdwijnen allemaal razend snel.
Alleen de kleine elf, die zag de vosjes wel!

's Avonds in het schemerlicht
doet het elfje beide ogen dicht.
De wind waait zachtjes tussen de bomen
en brengt haar mooie elfendromen.
Maar wat ruist daar door het gras,
wie stappen daar pas voor pas?
Hoe komt het dat er takken kraken,
wie zou al die geluiden maken?
Vlug doet het elfje haar ogen open
en ziet nog net de ree-en lopen!

Midden in de zomernacht
klinken liedjes fijn en zacht.
Alle elfjes komen nu dansen,
als de lichtjes goud-geel glanzen.
Maar bij de eerste zonnestraal
zijn ze verdwenen - allemaal!
Kom eens kijken wie hier zijn!
Alle vogels groot en klein
eten nu hun buikjes vol,
want op bessen zijn ze dol.
En ieder zingt zijn eigen lied,
terwijl het elfje mee geniet.